De Partij van de Arbeid (PvdA) levert een interessant beeld van de ontwikkelingen in de Nederlandse politiek en geeft een beter inzicht in wat de data representeert. Dit is te verklaren door:

  • De PvdA doet sinds 1946 elk jaar mee aan de Tweede Kamerverkiezingen
  • De PvdA is in deze periode vrijwel altijd de grootste of tweede partij, en heeft daarmee een significante invloed op de gewogen rile
  • De PvdA kent in zijn geschiedenis vrij sterke schommelingen in haar rile, die zijn te verklaren vanuit de verschuivingen in algemene politieke voorkeur
  • De jaren '50 en vroege jaren '60 kenmerken zich door de wederopbouw en de opbouw van de verzorgingstaat. In deze periode is de PvdA redelijk gematigd, maar wel de meest linkse van de grote partijen. Zij is een fusiepartij van de vooroorlogse SDAP, VDB en CDU, en is opgericht als brede linkse partij. In deze periode zijn de kabinetten Drees, die de basis leggen voor de Nederlandse verzorgingstaat met onder andere de invoer van de AOW. In de jaren '60 lijkt er een conflict binnen de partij te ontstaan tussen de voor- en naoorlogse generatie. Als Joop den Uyl de leiding van de partij overneemt in 1967 lijkt de linksere koers vast te staan, wat leidt tot de afsplitsing van DS'70, onder leiding van de zoon van Willem Drees. Drees zelf stapt overigens ook uit de partij, uit onvrede over de linkse koers.

    De Late jaren '60 en jaren '70 worden gekenmerkt door sociale veranderingen, de tweede feministische golf en in het algemeen een sterke verlinksing van het politieke landschap. Ook binnen de PvdA is dit merkbaar. Dit wordt gekenmerkt door de opkomst van Nieuw Links, een radicaal linkse vernieuwingsbeweging binnen de PvdA. Ook mag de PvdA onder Joop den Uyl het meest linkse kabinet uit de Nederlandse geschiedenis (1973-1977) leiden. Deze linkse koers is terug te zien aan de riles in deze periode, die hun laagste (oftewel meest linkse) waarde bereiken. Deze linkse periode kent ook recessie, deels veroorzaakt door de oliecrisis. Die recessie luidt een periode van bezuinigingen en een kleinere rol voor de overheid in, die ook de PvdA beïnvloed, getuige de snelle verrechtsing van de koers.

    In 1994 mag de PvdA voor het eerst sinds 1977 weer de premier leveren, Wim Kok. Echter, de koers van de partij is in die periode ingrijpend veranderd. Zoals te zien in het verloop van de riles is de partij sterk naar het midden en zelfs naar rechts opgeschoven, gesymboliseerd in Kok's beroemde speech over het 'Afschudden van de ideologische veren'. De periode kenmerkt zich door grote economische voorspoed en de grootschalige privatisering van vele voormalige overheidsdiensten. De paarse kabinetten (PvdA, VVD en D66) kennen niet langer de grote ideologische tegenstellingen uit de jaren '70. Ondanks dat het economisch goed gaat met Nederland, lijkt het contact met de achterban te zijn kwijtgeraakt. Dit resulteerde in de opkomst van populisten als Pim Fortuyn, en de electorale afbrokkeling van de PvdA.